Categorie archief: Advies

De taal van de advocaat

“Het staat u nochtans vrij mij afschriften van die bescheiden te zenden dewelke alle nuttige inlichtingen bevatten voor het onderzoeken van uw situatie, in dat geval behoud ik me het recht toe om voor, achteraf, ter plaatse tot alle nodig geachte verificaties over te gaan.”

begrijpelijke_rechtstaal_2_0

Begrijpt u wat hier staat? Vaak wordt er gedacht dat lange, ambtelijke teksten noodzakelijk zijn voor overheidscommunicatie of berichten met een juridische status. Lange zinnen, moeilijke woorden en lastige zinsconstructies maken het ingewikkeld om te begrijpen wat er staat. Is dit echt noodzakelijk? Of kan het ook anders?

Bron/lees meer: Taalunie

Wat is een goed taalvoorschrift?

Stel dat iemand, een moedertaalspreker, naar je toekomt – ‘jij bent toch neerlandicus?’ – met de vraag of het nu ‘hij wil’ is of ‘hij wilt’, wat zeg je dan? En vooral: wat voor argumenten gebruik je?

Een voorschrift moet uiteindelijk altijd gebaseerd zijn op een autoriteit – iets of iemand die de knoop doorhakt, een persoon die om de een of andere reden het juiste taalgevoel heeft, of de kracht van de traditie (‘zo hebben we dat altijd gedaan’) kent, van de rede (‘zo is het logischer’) of van de esthetiek (‘zo is het mooier’). Maar van die mogelijke bronnen van autoriteit blijft er bij nadere beschouwing geen een echt overeind, zo blijkt uit het nieuwe boek van Wouter van Wingerden.

maar-zo-heb-ik-het-geleerd-3D-e1494430102851

Bron/lees meer: Neerlandistiek

Wat doet dat woordje ‘maar’ in al die zinnen?

Een leerder van het Nederlands vraagt zich vertwijfeld af: wat doet dat woordje maar toch in al die zinnen?

Onder taalcursisten heb je rekkelijken en preciezen. De rekkelijken zijn tevreden als ze begrijpen waar een tekst over gaat. De preciezen willen van ieder woord uit die tekst weten wat het betekent. In een lesje over aardappels kopen op de markt vroeg een jonge Syriër me bijvoorbeeld: ‘Wat betekent het woordje maar in de zin ‘Doe mij maar twee kilo’?’

marktkraam

Hij kende maar als voegwoord, in constructies als kort maar hevig, en dat maakte de aanwezigheid van dat woordje in deze zin raadselachtig. Behalve een voegwoord is maar ook een bijwoord, en in die hoedanigheid blijkt het een schat aan functies te herbergen. Welke functies? Dat hangt af van het type zin, de spreker, de context en zelfs de intonatie. Met het woordje maar geven we uitdrukking aan ons ongenoegen, onze liefde, verslagenheid en verwarring. Aan onze diepste dromen en onze grootste ergernissen.

Bron: Taalunie

Tory’s of tories?

De Taalunie ontvangt regelmatig vragen over het Nederlands. Deze keer een vraag over het meervoud van ‘Tories’, de conservatieve partij in Engeland.

De vraag: Waarom schrijven we in het Nederlands tory’s en niet zoals in het Engels Tories? Het is immers een eigennaam en dan zou je dat toch hetzelfde moeten schrijven als in de brontaal?

theresa_may_0

Het antwoord We schrijven tory’s, omdat we ook baby’s schrijven en hobby’s. Woorden die eindigen op een y (met daarvoor een medeklinker) krijgen in het meervoud een apostrof plus s. De ‘Engelse’ meervoudsvorm met -ies is in het Nederlands niet juist.

Het is alleen een eigennaam als het om de partijnaam zelf gaat. Dan geldt het donorprincipe: we gebruiken dan de schrijfwijze in de taal van herkomst of die de oprichter, de ontwerper of de eigenaar van een instelling of merk heeft gekozen. In dit geval zou dat dan Tories zijn, met hoofdletter en Engelse uitgang –ies. Maar in de betekenis van aanhangers van de Engelse conservatieve partij gaat het om een soortnaam en geldt het donorprincipe niet. We passen dan de gewone Nederlandse regels toe: soortnaam met kleine letter en meervoud apostrof +s: Charles en Sebastian zijn tory’s.

Bron: Taalunie:bericht

Weer volop aandacht voor ‘hun hebben’

In de Volkskrant is een interview verschenen met taalkundige Hans Bennis, sinds 1 februari algemeen secretaris van de Taalunie. Hij geeft daarin onder meer aan dat de Taalunie er niet is om voor te schrijven wat je wel en niet kunt zeggen, dat taal voortdurend verandert en dat je ‘hun hebben’ taalkundig ook als een verbetering zou kunnen beschouwen.

Uit reacties op onder meer sociale media blijkt dat ‘hun hebben’ een thema is dat de gemoederen in Nederland blijft bezighouden. ‘Hun’ als onderwerp is nog steeds onderwerp van debat. Op het symposium Goede redenen voor foute taal op vrijdag 24 februari 2017 stond één van de sprekers stil bij de opkomst van ‘hun hebben’. In Taalunie:Bericht is een verslag opgenomen van dit symposium.

stroop

Bron/lees meer: http://taalunieversum.org/nieuws/6861/weer_volop_aandacht_voor_hun_hebben_
Zie ook: