Categorie archief: Advies

Meest gemaakte spelfouten in reclame

Op de website promoboer.nl staat een mooie verzameling spelfouten in reclame-uitingen. Hieronder vind je een voorbeeld en de link naar nog meer voorbeelden.

Spelfouten in reclame-uitingen zijn alledaags. Vergeten letters, te veel woorden, omgedraaide letters. Je kunt ze overal tegenkomen, zoals in flyers, folders, website, advertenties, vacatures, marktplaatsen, billboards en ga zo maar door. De ene fout heeft grotere gevolgen dan de andere. Fouten door professionals leveren vaak meer ergernis op dan fouten door amateurs. Sommige fouten zijn zelfs schadelijk voor de bedrijfsvoering. En andere fouten zijn juist weer hilarisch of bewust. Wat zijn de meest voorkomende taal-, spel- en typefouten in reclame en advertenties? Wij zetten ze op een rijtje!

1. Werkwoordspelling: d’s, t’s en dt’s
De Nederlandse werkwoordspelling kent veel regels, maar ook veel uitzonderingen. Door de uitzonderingen ook gevoelig voor fouten. Maar van een communicatieprofessional mag je toch wel foutloze teksten verwachten. Toch?

Zo had MediaMarkt in het verleden de slogan: “We willen dat de klant nooit teveel betaald”. Wel bijzonder dat zo’n groot bedrijf een slogan de wereld instuurt met meerdere fouten, want ten eerste is het ‘te veel’ en ten tweede ‘betaalt’. Tegenwoordig is de slogan: “Ik ben toch niet gek?!”. Zonder fouten, maar deze slogan is toch een stuk minder gevoelig voor fouten dan de oude. Een ander groot bedrijf deed het later nog eens dunnetjes over met bijna dezelfde fout! Weet jij nog welke dat was?

spelfout-werkwoordspelling

Bron/lees meer: https://www.promoboer.nl/blog/meest-gemaakte-spelfouten-in-reclame/

MOOC om te leren schrijven

Veel studenten hebben moeite om goede teksten te schrijven. Een vijfde van de studenten begint zelfs met een onvoldoende of zwakke taalbeheersing aan een studie in het hoger onderwijs. Vandaar dat de Taalunie onderwijsinstellingen adviseert om te investeren in effectief schrijfonderwijs.

uva

De Hogeschool en de Universiteit van Amsterdam geven gehoor aan die oproep. Hun docenten Nederlands hebben samen een ‘massive open online course’ ontwikkeld waarmee hbo’ers en wo’ers hun eigen schrijfgedrag kunnen analyseren en hun teksten leren verbeteren. De mooc bestaat uit zes modules, waaronder structureren, formuleren en eindredactie.

Ook andere doelgroepen kunnen deelnemen en docenten kunnen gratis de cursusreeks, of delen ervan, in hun onderwijs gebruiken.

Bron/lees meer: TaalUnie, Universiteit van Amsterdam

De taal van de advocaat

“Het staat u nochtans vrij mij afschriften van die bescheiden te zenden dewelke alle nuttige inlichtingen bevatten voor het onderzoeken van uw situatie, in dat geval behoud ik me het recht toe om voor, achteraf, ter plaatse tot alle nodig geachte verificaties over te gaan.”

begrijpelijke_rechtstaal_2_0

Begrijpt u wat hier staat? Vaak wordt er gedacht dat lange, ambtelijke teksten noodzakelijk zijn voor overheidscommunicatie of berichten met een juridische status. Lange zinnen, moeilijke woorden en lastige zinsconstructies maken het ingewikkeld om te begrijpen wat er staat. Is dit echt noodzakelijk? Of kan het ook anders?

Bron/lees meer: Taalunie

Wat is een goed taalvoorschrift?

Stel dat iemand, een moedertaalspreker, naar je toekomt – ‘jij bent toch neerlandicus?’ – met de vraag of het nu ‘hij wil’ is of ‘hij wilt’, wat zeg je dan? En vooral: wat voor argumenten gebruik je?

Een voorschrift moet uiteindelijk altijd gebaseerd zijn op een autoriteit – iets of iemand die de knoop doorhakt, een persoon die om de een of andere reden het juiste taalgevoel heeft, of de kracht van de traditie (‘zo hebben we dat altijd gedaan’) kent, van de rede (‘zo is het logischer’) of van de esthetiek (‘zo is het mooier’). Maar van die mogelijke bronnen van autoriteit blijft er bij nadere beschouwing geen een echt overeind, zo blijkt uit het nieuwe boek van Wouter van Wingerden.

maar-zo-heb-ik-het-geleerd-3D-e1494430102851

Bron/lees meer: Neerlandistiek

Wat doet dat woordje ‘maar’ in al die zinnen?

Een leerder van het Nederlands vraagt zich vertwijfeld af: wat doet dat woordje maar toch in al die zinnen?

Onder taalcursisten heb je rekkelijken en preciezen. De rekkelijken zijn tevreden als ze begrijpen waar een tekst over gaat. De preciezen willen van ieder woord uit die tekst weten wat het betekent. In een lesje over aardappels kopen op de markt vroeg een jonge Syriër me bijvoorbeeld: ‘Wat betekent het woordje maar in de zin ‘Doe mij maar twee kilo’?’

marktkraam

Hij kende maar als voegwoord, in constructies als kort maar hevig, en dat maakte de aanwezigheid van dat woordje in deze zin raadselachtig. Behalve een voegwoord is maar ook een bijwoord, en in die hoedanigheid blijkt het een schat aan functies te herbergen. Welke functies? Dat hangt af van het type zin, de spreker, de context en zelfs de intonatie. Met het woordje maar geven we uitdrukking aan ons ongenoegen, onze liefde, verslagenheid en verwarring. Aan onze diepste dromen en onze grootste ergernissen.

Bron: Taalunie