Tagarchief: herkomst

Herkomst van het woord schoolbord

Vroeger ging men met een schoolbord op pad. Bredero schreef er in 1615 al over: “Noch kreeg hy … en schrijf-boeck van fijn kapitoorye, Mit een nuwt school-bort, met een kategismus enz.,” in: J. ten Brink et al. (ed.), De Werken van G.A. Bredero, deel 2. Amsterdam, 1890, p. 106.

Zagen we dan kinderen zwarte krijtborden met zich meeslepen? Gelukkig niet. Een schoolbord was een houten lade waarin kinderen hun schoolspullen droegen. De lade werd ook wel als lessenaar gebruikt. Deze schoolborden werden zeker tot in de 19e eeuw nog in sommige delen van Z-Nederland gebruikt.

Bron/lees meer: Instituut voor de Nederlandse Taal

Het woord ‘schoonmoeder’

Wat is er zo schoon aan je schoonmoeder? Over schoonmoeders worden weleens grapjes gemaakt, omdat ze niet in elke familie even populair zijn. Zo is er dat mopje waarin een bediende tegen zijn baas zegt: ‘Ik wil graag naar de begrafenis van mijn schoonmoeder’, waarop die laatste antwoordt: ‘Ja, wie wil dat nu niet graag…’ Maar alle gekheid op een stokje: wat ons nu bezighoudt, is de betekenis van schoon- bij woorden als schoonmoeder, schoonvader en schoonfamilie.

Het voorvoegsel schoon- komt voor bij woorden die een verwantschap aangeven. Wat het bij al die woorden zegt, is dat de familierelatie door aantrouwen tot stand is gekomen. Zo is een schoonmoeder dus een ‘aangetrouwde moeder’. De woorden met schoon- komen al in het Nederlands voor vanaf de 16e eeuw en zijn leenvertalingen uit het Frans.

Bron en meer: IVDNT.org

Luilak

Waar komt het woord luilak (‘lui persoon’, ‘luiaard’, ‘luiwammes’) vandaan?

Waar het woord lui vandaan komt, is niet zeker. Het komt sinds de Middeleeuwen in het Nederlands voor en gaat waarschijnlijk terug op een oeroud Germaans woord.

De herkomst van het tweede deel lak is ook al onduidelijk. Misschien is luilak een verbastering van luizak, luibak en/of luilap. Dat zijn alle drie scheldwoorden voor luiaards die al in de zeventiende eeuw voorkwamen. Maar vroeger werd ook wel ‘luie lak’ gezegd – dat maakt het iets minder aannemelijk dat luilak gevormd is naast luizak, -bak of -lap.

Er wordt weleens geopperd dat luilak teruggaat op een persoon: Piet Lak, een nachtwacht van het Amsterdamse stadhuis, die in 1672 in slaap was gevallen terwijl hij had moeten waarschuwen voor de oprukkende Fransen. Hij werd later luie Lak genoemd en dat werd later luilak. Dit verhaal wordt niet bevestigd door de naslagwerken, maar het doet al zeker een eeuw de ronde. Overigens slaagden de Fransen er in 1672 niet in Amsterdam te bereiken.

Bron: https://onzetaal.nl/taaladvies/luilak